Skûtsje van de Week: De Súdwesthoek

Hits: 3918

Op het terrein van het Skûtsjemuseum in Earnewâld staat een breed segment van een skûtsje. Dit stuk staalijzer moest uit het snelle kampioensschip ‘Hoop op Welvaart’ van voormalig IFKS-schipper Age Bandstra worden geflext om deelname aan de SKS-competitie in 2003 mogelijk te maken. Bij deze organisatie zijn de deelnemende schepen namelijk maximaal 19,98m over alles, tegen 20,65m bij de IFKS.

‘Súdwesthoek’, Stavoren

Hoop op Welvaart

Tjipke Douwes Barkmeijer, Stroobos, 1923

De SWH-commissie moest wel investeren om weer met redelijke kans op een goede klassering mee te doen in de skûtsjestrijd. Het rommelde een tijdje in Stavoren omdat schipper Meindert de Groot met het uit 1900 daterende skûtsje ‘Twee Gebroeders’ niet meer goed mee kon doen. Rienk Zwaga was er wel kampioen mee geworden, maar dat dankte hij voornamelijk aan een combinatie van uitzonderlijk talent, een prachtige nieuwe tuigage en een gezonde dosis onverschrokkenheid.

Er dreigde in het verdeelde Stavoren zelfs even een coup waar de IFKS-organisator Sieb Bandstra bij betrokken was. Maar daar stak ‘dokter’ Gerrit Verbeek als enige nog levende bestuurslid van de stichting ‘Súdwesthoeke’ net op tijd een stokje voor.

Met de voormalige ‘Hoop op Welvaart’ [L 1566 N] schoof Meindert Aukes de Groot met zijn bemanning niet onmiddellijk naar het ‘linker rijtje’, zoals sommige enthousiaste Starumers hadden gehoopt. Maar hij zeilde na een wat onwennige eerste week wel veel beter in de tweede van de competitie van 2003. Hij bereikte eervolle tweede plaatsen in Woudsend en op de slotdag in Sneek achter resp. Jitze Grondsma (d’Halve Maen) en Albert Jzn. Visser (Drachten). Op het Sneekermeer, voor de ogen van verbijsterd toekijkende Snekers, versloeg De Groot zelfs de latere kampioen Douwe Jzn. Visser met de Sneker Pan. Die had aan een derde plaats meer dan genoeg om de titel veilig te stellen. Het was licht weer die dag, en De Groot bewees ten overvloede dat de brede ‘Hoop op Welvaart’ licht drijft. Maar lang duurde de bevrijding niet. Na een dertiende, een tiende en een negende klassering was ook het ‘nieuwe’ SWH-skûtsje weer vaak te zien in de achterhoede.

Sinds 2008 zeilt Meinderts zoon Auke M. de Groot op de SWH. In 2011 boekte hij, op vrijdag 5 augustus, tijdens een inhaalwedstrijd zijn eerste overwinning. Sindsdien doet de SWH af en toe leuk mee. Maar zo goed als in de vroege jaren tachtig, toen de gepassioneerde skûtsjerestaurateur Simon van der Meulen uit Warten dit mooie schip net had gerestaureerd en eerst Peter Valstar en daarna Age Bandstra erop voer, wordt het voorlopig niet weer.

In 1982 werd Valstar vierde bij de toen pas opgerichte IFKS. In 1983 klasseerde Age Bandstra zich als derde. En in 1984 werd de Staverse charterschipper voor het eerst kampioen bij de IFKS. Hij won toen twee van de zeven wedstrijden. Ook in 1986 en 1992 eiste Bandstra, de broer van de machtige wedstrijdorganisator Sieb, de titel voor zich op.

Ulbe Rienks Zwaga zeilde met het skûtsje in 1994. Eddie de Vries, die hem opvolgde, deed wel mee in de voorhoede, maar deed het aanmerkelijk minder dan Age, die het ruime sop had gekozen. Voor Wim van Dalen, die het schipperschap nog moest leren, gold dit in versterkte mate.

 

Voor het dorp

De broers Jetze en Harmen Zuidema lieten in 1923 dit schip bouwen bij Tjipke Douwes Barkmeijer in Stroobos. De magere jaren waren voor de schipperij aangebroken doordat veel transport over de weg ging en de schaalvergroting in de binnenvaart zijn tol eiste. Die ging gepaard met een motorisering die de hele vervoerswereld in de ban kreeg. De zeilvaart kwam erdoor in de knel. Je moest wel een groot schip laten bouwen als je de kop boven water wilde houden.

Daarvoor was je bij Barkmeijer in Stroobos, de enige werf uit de familie die het in de nieuwe tijd zou uithouden, aan het goede adres. Een Van der Werff uit Drachten had ook gekund, maar de Zuidema’s kwamen in Stroobos terecht.

Jetze en Harmen waren zonen van Kornelis Egberts Zuidema en Maaike Jelles Hamstra uit Kooten, die op 20 maart 1880 waren getrouwd. Die kregen negen zonen, van wie de derde, Hendrik, op zaterdagavond 27 januari 1907 op Bergumerdam met een knipmes is neergestoken door een Suameerder arbeider. Die had hij op de brug met schaatsen op zijn hoofd had geslagen en daarna achtervolgd. Twee dagen daarna overleed de 1,93m lange Hendrik aan de verwonding aan zijn long, die zich eerst nog onschuldig had laten aanzien.

De gebroeders Zuidema bestelden in 1923 een schip van 20,60m bij 3,85, zodat ze op hun plaats van domicilie Rijperkerk (tegenwoordig Ryptsjerk) net door de brug konden en een eindje verderop door de sluis. In 1923 deden ze mee aan een wedstrijd op het Bergumer Meer, die door Sytze Jiskes Sytema werd gewonnen. Ze hadden geen prijs.

De ‘Hoop op Welvaart’ bleef in de familie toen de binnenvaart op zeil in de late jaren dertig bijna ten onder ging. Oomzegger Harm Willems en broer Pieter Zuidema zetten het bedrijf voort. Volgens de nieuwe meting in 1937 was de lengte toen 20,52m, en de breedte 3,86m. Het verschil van 8cm tussen de Leeuwarder en de Groninger meting zal te maken hebben met de manier van meten. Of de vingerlingen wel of niet waren inbegrepen bijvoorbeeld.

Na de oorlog is het skûtsje nog even van de Meeterfamilie geweest, formeel eigendom van Eildert Eildertszoon uit Canada. De broers Johan en Simon van der Meulen uit Alde Leie kochten het in 1976 via schipper Lodewijk Meeter sr. en knapten het op.

Tegenwoordig doet het in de SKS-competities goed mee, wat mede te danken is aan steun van een brede achterban. Financieel doet dan Bulgatech van de nieuwe Staversman Durk Nijdam als enige buitenlandse sponsor van een SKS-skûtsje een royale duit in het zakje.

 

Opdrachtgever: Gebrs. Jetse en Harmen Zuidema, Rijperkerk

Registratienummer: L 1566 N / L 2325 N

Huidige Eigenaar: Stichting Skûtsje Súdwesthoek

Schipper: Auke de Groot

Lengte: 20,52

Breedte: 3,86

Holte: 1,21

Tonnage: 52,4

Gebruik: Wedstrijd / Charter

 

 

 

Afdrukken