Wildschut bouwde smalle schepen

Opgaan, blinken en verzinken

Nog geen halve eeuw heeft aan de westkant van Gaastmeer de scheepsbouw gebloeid. Drie generaties Wildschut leefden er in de gloria, totdat de familie verdeeld raakte en oorlog het staalijzer duur maakte. Maar de mooiste schepen varen nog…

Op de Wildschutwerf in Gaastmeer liet de Langweerder schipper Rienk Zwaga in 1914 een groot roefschip bouwen. Hij noemde het ‘De twee gebroeders’, een verwijzing naar zijn twee zonen Ulbe en Harm. Ulbe zou er vanaf 1933 furore mee maken in wedstrijden van ‘beurt- en vrachtschepen’. Harm was toen al overleden. Hij stierf doordat zijn sjaal in de machinekamer van zijn vaders melkboot werd gegrepen door het vliegwiel. Toen Rienk hem vond, was hij gewurgd.
 ‘De Twee Gebroeders’, het huidige Langweerder skûtsje, mat 19,34 bij 3,82 meter en had een laadvermogen van 50,191 ton. Rienk kon het zelf niet uit eigen zak betalen. Hij leende geld bij een paar boeren die hem vertrouwden. Toen hij in de eerste oorlogswinter, van 1814 op 1815, zo profiteerde van de sterk gestegen turfprijzen, kon hij meteen een flink deel van de schuld aflossen. Toen vonden de boeren dat een schipper te veel verdiende, en dat hij de turf te duur leverde. ‘Dat doch ik noait wer’, moet hij hebben gezegd. Hij hoefde ook nooit weer, want het schip ging langer mee dan hij en Ulbe samen, en heeft ook kleinzoon Rienk al lang overleefd.

Lees meer...
 
Skûtsjesilers overvragen zeilmakers
Met de tuigageregels van SKS en IFKS maken ze het de zeilmakers onnodig moeilijk. Volgens zeilmaker Harry Amsterdam van De Vries Sails zijn ze ook niet consequent.
Het verbod op radiale hoekversterking staat haaks op het toestaan van spanningslieren op de giek bij de SKS. En de methode voor het meten van het zeiloppervlak bij de IFKS geeft een vertekend beeld van het werkend oppervlak.
Amsterdam zei dit vrijdag 2 februari bij een drukbezochte voorlichtingsavond van de Stichting Foar de Neiteam in Woudsend.
Lees meer...
 
Noem het beestje maar bij de naam
Scheerhoutje, vleugel, trommelstok, zomaar eens een aantal kreten waarbij u wellicht niet direct de link zal leggen met (skûtsje) zeilen. Niets is echter minder waar !! Test uw kennis.....
Lees meer...
 
De bouwers
Friese hellingbazen hebben eigen scheepstypes ontwikkeld. Die pasten in dit waterland met zijn vele ondiepe slootjes en grote waterpartijen. Skûtsjes, tjalken, aken, boeiers, tjotters en boatsjes werden in de vorige eeuw gebouwd. Rond 1850 werd de scheepsbouwtechniek stukken beter.
Dat was mede te danken aan de kundige F.N. van Loon uit Jirnsum/Harlingen. Eeltsje Holtrop van der Zee was een van de eerste bouwers die zijn inzichten toepaste. Hij was een van de meer dan honderd Friese hellingbazen.
In de periode 1920-'40 zijn de meesten gestopt, of overgeschakeld op ander werk.
Lees meer...
 
Bouw van een skûtsje
Een skûtsje is een Friese platbodem, waarvan er tussen 1880 en 1930 duizenden zijn gebouwd.
Het meet maximaal 19.5 bij 4 meter, heeft een laadvermogen van hoogstens 50 ton en is gebouwd op werven in Fryslân en Briltil. (Op deze regels bestaan uitzonderingen).

Skûtsjes behoren tot de familie der tjalken, maar zijn slanker en sneller uitgevoerd.
Tot plm. 1900 werden skûtsjes van hout gebouwd. Vanaf 1885 bouwde Geert Barkmeijer in Briltil ijzeren exemplaren. Dat voorbeeld werd vanaf 1890 overal in Fryslân nagevolgd. Er zijn nu nog een paar honderd skûtsjes 'in bedrijf'. Rond 75 daarvan doen aan wedstrijden mee.
Lees meer...